Iedereen scoort op dezelfde manier, zo worden de lijnen in de grafieken echt vergelijkbaar.
De schaal loopt van 1 tot 5 en meet de ontwikkeling van deze speler op dit moment, binnen zijn of haar eigen leeftijdsgroep. Een 3 is dus prima: dat hoort bij het niveau. De waarde zit in de beweging over het seizoen, niet in het losse cijfer.
De speler kent het onderdeel nog nauwelijks of het lukt alleen met veel hulp en voordoen. Dit is geen oordeel over inzet, maar over het startpunt.
De uitvoering klopt nog niet, de bal raakt kwijt of de beweging wordt niet herkend.
Houdt het tempo of de duels nog niet vol, valt snel terug.
Vraagt veel sturing, is er met de aandacht niet bij of haakt af bij tegenslag.
In de oefening lukt het af en toe, in de wedstrijd nog zelden. De speler snapt wat de bedoeling is en oefent er zichtbaar mee.
Goede pogingen, maar de uitvoering is onregelmatig en breekt onder druk.
Kan kort mee, maar zakt weg als het langer duurt.
Doet mee als het goed gaat, heeft bij tegenslag nog een zetje nodig.
Dit is de normale score voor een speler die meekan op zijn of haar niveau. Gebruik de 3 gerust vaak, het is geen magere score.
Voert het onderdeel in rustige situaties correct uit en gebruikt het in de wedstrijd.
Houdt een hele wedstrijd redelijk vol en gaat duels aan.
Is op tijd, luistert, werkt mee en is een prettige teamgenoot.
De speler laat dit onderdeel structureel zien, ook als er tegenstand of tijdsdruk is. Anderen kunnen erop bouwen.
Kiest de juiste oplossing, in hoog tempo en met weinig balverlies.
Sterk in duels, blijft scherp tot het laatste kwart.
Neemt initiatief, coacht anderen en blijft positief bij tegenslag.
Valt op binnen de lijn en tilt anderen mee omhoog. Reserveer de 5 voor wat er echt bovenuit steekt, dan blijft de score iets betekenen.
Beheerst het volledig en varieert bewust, ook in de moeilijkste momenten.
Bepaalt het tempo van de wedstrijd, wint de meeste duels.
Trekt het team, neemt verantwoordelijkheid en is een voorbeeld voor de rest.
Een korte observatie zegt vaak meer dan een cijfer. Begin bij wat goed ging, benoem daarna gerust een aandachtspunt zoals te laat komen of vergeten materiaal.

Een keeper heeft weinig aan een score op dribbelen. Daarom scoor je een keeper voortaan op keeperswerk, met een eigen trainingsmoment en een eigen plek in de overzichten.
Een keeper krijgt geen score meer op dribbelen of afronden. De techniek is vervangen door keeperonderdelen. Fysiek en gedrag blijven hetzelfde, op dezelfde schaal van 1 tot 5, zodat je met de rest van de lijn kunt blijven vergelijken.
Kies bij het beoordelen in plaats van een team de Keeperstraining. Dan staan alle keepers uit jouw teams en lijnen bij elkaar, met hun teamnaam erbij, en scoor je ze na een gezamenlijke training in één keer.
Beoordeel je een compleet team met de keeper erbij, dan krijgt iedereen de normale onderdelen. Alleen als je uitsluitend keepers aanvinkt, verschijnen de keeperonderdelen.
Bij Inzicht staat een aparte keepersmatrix. Op de pagina van een keeper zie je zijn eigen tijdlijn en grafiek, plus een vergelijking met de andere keepers uit de lijn in plaats van met de veldspelers.
Twijfelt bij uitkomen, blijft vaak op de lijn staan en komt daardoor te laat bij de bal.
Kiest bij rustige situaties de goede positie en werkt lage ballen netjes weg.
Leest de aanval, komt op tijd uit en stuurt de verdediging hoorbaar aan bij de strafcorner.

Je let bij een keeper op keuzes en houding, niet op de uitslag. Een tegendoelpunt zegt vaak meer over de verdediging dan over de keeper, en één wedstrijd zegt weinig: kijk over meerdere trainingen heen.
Naar de keeperstrainingScores zijn bedoeld om te sturen en het gesprek te voeren, niet om te selecteren op één moment. Spelers en ouders zien jouw losse scores niet, de lijncoördinatie kijkt naar het geheel over het seizoen.